''Ik probeer de ander open tegemoet te treden, in het vertrouwen en de hoop dat in de kwetsbaarheid van de relatie een nieuw inzicht, of een nieuwe oplossing tot stand komt. Iets wat wij beiden individueel niet hadden kunnen bedenken.'' 

Heleentje Swart

Programmaontwikkelaar en -leider van SPARK The Movement

SPARK The Movement is een programma dat valt onder de vleugels van Vereniging Circulair Friesland. Het doel is om jongeren van basisschool tot universiteit te betrekken bij het collectieve leerproces in de regio voor een circulaire economie.

Hoe kijk je nu tegen Transitiecoaching aan?

De leergang Transitiecoaching versterkte mijn inzicht in het belang om oog te hebben voor de kwaliteit van de relatie die je met de ander opbouwt. Als je met anderen samenwerkt aan een circulaire samenleving, dan heb je daarbij een bepaalde intentie voor ogen. Die intentie, waarmee je de ander tegemoet treedt, is voor mij bepalend. Dat gaat om een bepaalde aandacht bij de ander, en een betrokkenheid ten aanzien van het goede, het juiste, het ‘toekomstwaardige’ dat je wilt helpen laten ontstaan, maar dat zich niet vooraf laat vangen of benoemen.

 

Simpeler gezegd: je gaat een relatie niet doelgericht aan, maar subtieler, namelijk omdat je samen iets wilt oplossen. Je zou kunnen zeggen vanuit een bepaalde hoop dat er een nieuw inzicht naar voren gaat komen, in de openheid of kwetsbaarheid van de relatie. Ik weet ik niet hoe we het vraagstuk gaan oplossen en de ander ook niet, maar samen kunnen we in zo’n situatie wel de voorwaarden creëren waarin ‘het nieuwe’ kan ontstaan: een nieuw inzicht, een nieuw bewustzijn, een nieuwe realiteit. Mijn rol als pedagoog, antropoloog en ook als transitiecoach is daarom heel erg gericht op het opbouwen van vertrouwen.

Wat heb je er zoal van geleerd?

Ik neem mezelf nog meer mee in het proces, heel bewust en fysiek. Ik nam mijn hoofd en mijn hart mee, maar mijn onderbuik bleef van mij, haha. Toen we een Theory U oefening deden, ontdekte ik waar het bij mijzelf gaat schuren. Mijn neiging is om dan snel een muurtje te bouwen. Ik heb geleerd af en toe die muur te laten zakken; dat voelt echt heel weird, heel naakt.  Maar het effect is wel dat het de connecties versterkt!

Wat was je eerste gedachte over het aspect coachen bij transitie?

Ik dacht dat ik een theoretisch kader zou krijgen aangereikt en dat ik daar dan de boer mee op kon. Nou, dat pakte anders uit: we moesten aan de bak! En door te doen, door te ervaren wat transities in de praktijk teweegbrengen, kwam ik mezelf tegen en ik kreeg een veel scherper inzicht in processen in groepen. De leergang zette me aan om niet alleen het denken, dus de prikkels uit mijn brein, maar ook andere zintuigelijke signalen serieus te nemen. Ook deze kan ik gebruiken om een rijker beeld te krijgen bij de vraag: ‘Wat speelt hier nou eigenlijk?’

Ik heb dankzij de leergang meer tools in mijn bagage zitten en ik sta nu sneller stil bij situaties waarvan ik denk: wat is er nu nodig dat ik uit mijn rugzak haal? Meer leren over transitiecoaching heeft me meer zelfverzekerdheid gebracht. Omdat ik sneller kan analyseren wat er gaande is. Bijvoorbeeld als het gaat om een team: we hebben geleerd dat een team in verschillende ontwikkelfases kan zitten, en als je dat herkent weet je sneller wat er nodig is. Ook betrek ik daardoor niet alles meer op mezelf als er iets in het team gebeurt; we zijn als groep verantwoordelijk. Door dat besef durf ik veel meer stiltes te laten vallen en zie ik dat we als team meer gaan dragen.

Ik neem niet meer zo snel zelf steeds de aap op mijn schouders. Ik laat de aap zien, benoem hoe ik deze zie dansen en dan vraag ik: ‘Wat gaan we met dit aapje doen?!’

Hoe ben je in aanraking gekomen met Transitiecoaching?

Van Ingrid Zeegers kreeg ik het boek Transities van sectoren. Toen dacht ik: ‘Wow, dit is wel erg goed doordacht en gedegen’. Er is al heel veel geschreven over het wat en waarom van transities, maar nog niet over hoe en daar zoomt dit boek op in. Toen dacht ik: ‘Die dame moet ik leren kennen!’. Vervolgens hoorde ik van Ingrid dat er opleiding was en dat gunde ik mezelf. En zo ben ik op de leergang Transitiecoaching terecht gekomen.

Wat ben je bij SPARK the Movement anders gaan doen door te leren over Transitiecoaching?

Ik ben ambitieuzer geworden. Ik heb me voorgenomen om hetgeen we in Friesland ontwikkelen verder uit te rollen, wellicht richting de rest van Europa. Ik heb onlangs een presentatie mogen houden tijdens een VN meeting. De reactie was: ‘Wat bijzonder dat er zo'n systemische aanpak onder jouw beweging ligt, met visie op zowel proces als inhoud’. Deze meeting krijgt een vervolg in februari in Leeuwarden waarbij deelnemers uit heel Europa naar Leeuwarden komen. Dat betekent dat mijn ambitie serieuze vormen begint aan te nemen.

Hoe is dat voor jou dat je voornemen realiteit aan het worden is?

Gaaf! Kijk, ik merk dat er door onze aanpak in de klaslokalen écht wat gebeurt en dat is wat je wilt zien. Ik heb het idee dat SPARK the Movement door te sleutelen aan de systeemknoppen van hoe bedrijven, overheden en onderwijsinstellingen het leren hebben georganiseerd, echt wat verandert. We zullen het zien; op dit moment brengen jongeren van RUG/Campus Fryslân in kaart hoe effectief we zijn!

Wat zou je nog willen leren?

Transitiecoach zijn blijft een continu proces - en dat is hartstikke leuk: het doet ertoe en het sorteert effect!

Transitieverhaal #7

Kwetsbare relaties voor nieuwe inzichten

SPARK the Movement valt als programma onder de activiteiten van Vereniging Circulair Friesland, kun je daar wat meer over vertellen?

Meer dan 100 bedrijven, alle MBO’s en het hoger onderwijs en alle lokale overheden in Friesland zijn actief betrokken bij het ontwikkelen van een circulaire economie en een duurzame samenleving. Zij vormen als leden Vereniging Circulair Friesland, en een team met aanjagers helpt hen bij het starten, versnellen en versterken van circulaire projecten. Als ambitie hebben ze gezegd: 'We willen in 2025 bij de koplopers horen van Europa.'

 

Het doel van SPARK the Movement is om daar ook het onderwijs van basisschool tot universiteit bij te betrekken. We willen graag dat duurzame ontwikkeling een structurele plek krijgt in hoe we het leren in de regio gezamenlijk organiseren. Daarvoor is ruimte nodig in het curriculum, maar bijvoorbeeld ook in de bedrijfsvoering en in de aandacht voor deskundigheidsbevordering van docenten. Ook moeten scholen goed zicht hebben op de vragen waar bijvoorbeeld gemeenten of bedrijven in hun omgeving mee bezig zijn.

 

SPARK helpt scholen en opleidingen om zowel intern als extern de verbinding te leggen. Steeds meer partijen vragen zich af hoe ze een bijdrage aan de complexe uitdagingen van onze tijd kunnen leveren – of dat nu gaat over klimaatverandering, verlies aan biodiversiteit, armoedeproblematiek of de transitie naar duurzame energie. Vereniging Circulair Friesland heeft inzicht in welke vragen waar leven.

Waarom vind jij het belangrijk dat SPARK the Movement het onderwijs betrekt bij circulaire vraagstukken?

Onderwijs kan een systeem-doorbraak vormen in de transitie richting een circulaire economie en een duurzame samenleving. Jongeren van nu hebben de kennis, de skills en de houding nodig om daaraan te kunnen bijdragen. Alleen is ons onderwijs daar nog onvoldoende voor toegerust. We hebben de manier waarop we leren heel lineair ingericht. Simpel gezegd vragen we aan jongeren om de school binnen te stappen, daar doen we een truc met ze zodat ze hun diploma halen en vervolgens verlaten ze de school en zijn ze klaar voor de wereld, of een vervolgopleiding. 

 

Om circulair talent te helpen ontwikkelen is daarom ook een circulair onderwijssysteem nodig, waarbij bedrijven en overheden hun vraagstukken op tafel leggen en met jongeren mee leren hoe deze kunnen worden opgelost. De ambitie van SPARK is dat dat meer is dan af en toe een leuke challenge of een interessant project; wat ons betreft wordt dit dé manier van leren in de 21e eeuw. SPARK helpt om het regionale ecosysteem te ontwikkelen van scholen in de hele onderwijskolom, door deze te verbinden met duurzame externe koplopers, zodat we met elkaar leren hoe we kunnen bouwen aan een toekomstwaardige 22e eeuw. 

 

Ik vind het heel bijzonder om te ervaren dat bij het werken aan een circulaire economie het verschil in onderwijsniveau wegvalt: studenten van de universiteit geven aan dat ze veel leren van de praktische insteek van een MBO-student en MBO-ers heb ik handig gebruik zien maken van de skills van meer theoretisch ingestelde jongeren. Multi-level, multi-generationeel en multi-disciplinair samenwerken aan oplossingen voor een duurzame toekomst zijn belangrijke kenmerken van circulair leren.

 

Een mooi voorbeeld is het lisdodde-programma dat we met het Biosintrum ontwikkelen. Daar zie je dat wanneer universitair geschoolde studenten samen met MBO’ers nadenken over het terugdringen van CO2 uitstoot in veenweidegebied, er andere oplossingen ontstaan dan wanneer alleen experts zich hierover buigen. Daarom betrekt SPARK jongeren van kleuter tot PhD student - iedereen levert vanuit zijn/haar talent een bijdrage.