Transitieverhaal #3

Transitiemakelaar: verbinder van partijen bij systeemsprong naar duurzaamheid

"Hoe krijg je collega's mee?"

Jacqueline Cramer

Hoogleraar duurzaam innoveren en transitiemakelaar

Prof. dr. Jacqueline Cramer werkt als hoogleraar duurzaam innoveren aan de Universiteit Utrecht. Daarnaast is zij Transitiemakelaar Circulaire Economie van de Metropool regio Amsterdam. In het verleden was ze minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer voor de Partij van de Arbeid (februari 2007 - februari 2010). Ze begon haar loopbaan als universitair hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam (1976- 1989). Vanaf 1990 bij TNO en in 1995-1999 werkte ze fulltime als intern consultant – 2 jaar bij Philips en daarna bij Akzo Nobel – en sinds 1999 als directeur van het adviesbureau 'Sustainable Entrepreneurship; strategy & innovation consulting'. Jacqueline werkte nauw samen met meer dan 200 bedrijven aan de integratie van duurzaamheid in de bedrijfsstrategie. Momenteel is ze betrokken bij verschillende netwerk-initiatieven om de implementatie van circulaire economie tot stand te brengen (o.a. voorzitter van het Betonakkoord; voorzitter van de Raad van Toezicht van de Plastic Soup Foundation).

Wat is jouw ervaring in het werken aan transities?

Ik ben al sinds de jaren '80 actief in het werken aan duurzaamheidsvraagstukken, in mijn ogen een vroege vorm van transities. Bij Philips en Akzo Nobel heb ik bijvoorbeeld gezorgd voor integratie van duurzaamheidsprincipes in de business strategie en uitvoering. In mijn werk is de focus altijd: hoe krijg ik mensen mee vanuit hun eigen motivatie? Hoe krijg je zo’n proces op gang, wat zijn triggers waardoor mensen willen meewerken? Hoe kun je alle verschillende afdelingen motiveren voor de gezamenlijke missie ‘duurzaam ondernemen’?

Van 2000-2006 heb ik vanuit het Nationaal Initiatief Duurzame Ontwikkeling (NIDO) twee grote programma’s op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) geleid. MVO stond destijds nauwelijks op netvlies van bedrijven. Met het NIDO deden we diverse praktijk experimenten op het gebied van duurzaamheid; het was transitiemanagement avant la lettre. Ik richtte me op twee keer een Community of Practice met een groep van 20 bedrijven. Ook in die groepen was de grootste vraag: hoe krijg je mijn organisatie mee in MVO? Maar ook hoe zorg je dat de wereld om je heen meeverandert? Welke zaken moeten andere organisaties doen? Daaraan hebben we destijds ook praktische invulling gegeven.

Bij het NIDO heb ik onder andere geleerd hoe belangrijk het meenemen van de context is. Je moet daarbij bijvoorbeeld denken aan een gremium als de Raad van Jaarverslaglegging. Om ervoor te zorgen dat gevestigde partijen (het ‘regime’) ook mee gaan in duurzaamheid en transities hielp het heel erg dat de Raad verplicht stelde dat in het jaarverslag ook transparant over CSR gerapporteerd werd. We hebben er toen ook met succes voor gepleit om de organisatie van het Global Reporting Initiative (GRI) naar Amsterdam te krijgen. GRI heeft  met heel veel stakeholders parameters ontwikkeld, de GRI Sustainability Reporting Standards. Door over deze parameters te rapporteren, begrijpen organisaties en overheden wereldwijd beter wat hun impact is op die relevante parameters (zoals klimaatverandering, mensenrechten, governance en dergelijke). Door daarnaast ook over deze parameters te communiceren, komt het bewustzijn in de organisaties op gang en worden de prestaties transparant. Dat heeft bijgedragen aan het creëren van sociale, ecologische en economische waarden voor iedereen. Verder hebben we via het Ministerie van Economische Zaken een groot programma ‘Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen’ kunnen opzetten. Daaruit is een groeiende groep wetenschappers ontstaan op dit gebied. En tenslotte hebben we de basis gelegd voor het ontstaan van MVO Nederland.

Bij het gehele NIDO programma hadden we overigens ook wetenschappers zoals John Grin, Jan Rotmans en Anne Loeber betrokken, om de in uitvoering zijnde programma’s theoretisch te duiden. Dat heeft weer de kiem gelegd voor onderzoek op het gebied van transitiemanagement. Het is bijzonder om te merken dat alle bij het NIDO betrokken programmaleiders later allemaal Transitiemanager zijn geworden.

Momenteel werk ik nog steeds vanuit het gedachtengoed van transitiemanagement. Ik pas het ondermeer toe in de uitvoering van het Betonakkoord – een initiatief met de gehele betonsector, publieke en private opdrachtgevers en de overheden. Maar ook op regio schaal ben ik actief, met name in de regio Amsterdam.

Als je samenwerkt in zo’n  netwerk van partijen is het belangrijk om de  rollen en verantwoordelijkheden goed te verdelen. Mensen moeten leren begrijpen dat ze een bepaalde rol hebben die bij hun organisatie past. En dat dit betekent dat ze bepaalde taken aan anderen moeten overlaten. Het is de kunst een groep te formeren die samen over de benodigde competenties beschikt. Daarbij is een rol van een Transitiemakelaar anders dan mensen gewend zijn. Die persoon verbindt partijen die alleen geen initiatief tot stand kunnen brengen, maar wel gezamenlijk. Denk bijvoorbeeld aan het stimuleren van marktpartijen om circulaire producten en diensten aan te bieden. Als je dat als inkoper of opdrachtgever alleen doet, heb je te weinig marktmacht om verandering tot stand te brengen. Een ander voorbeeld: als je uit grandstofstromen zoveel mogelijk waardevolle ingrediënten wilt terugwinnen, heb je een geavanceerde installatie nodig, een gegarandeerde en voldoende stroom aan grondstoffen, een adequate logistiek en een afzetmarkt. Dat krijgt een bedrijf niet in zijn eentje voor elkaar. Een Transitiemakelaar bouwt samen met zo’n koploperbedrijf een ecosysteem waarin partijen samen dit initiatief van de grond trekken. Als Transitiemakelaar sta je tussen de partijen en probeer je deze mee te krijgen vanuit hun eigen belang. Maar de stip op de horizon (de ambitie) is leidend in dit proces. Een Transitiemakelaar werkt daarbij complementair aan de partijen die samen de transitie tot stand brengen.

Werk je daarbij met een transitiecoach: iemand die aandacht besteedt aan systeemleren (systeemdenken, transformationeel leren en innoveren)?

Jacqueline werkt niet met een Transitiecoach, maar met een Transitiemakelaar. Dat iemand die als een makelaar tussen de partijen in zit, om partijen aan elkaar te knopen. Zodat zij samen de gestelde ambitie realiseren. Jacqueline: ‘Het is belangrijk dat er iemand een neutrale rol heeft die partijen kan verbinden en dat deze persoon daarbij geen belang heeft om welke partijen het gaat. Dat is alleen mogelijk als de persoon in deze rol niet in dienst is bij een partij die aan de transitie deel neemt. Ik beschouw mezelf ook als transitiemakelaar’.

Hoe ben je in aanraking gekomen met Transitiecoaching?

Ik werk zelf dus niet als Transitiecoach, maar zelf als Transitiemakelaar. Ingrid Zeegers attendeerde me op het boek ‘Transities van sectoren’. Daarin zag ik veel dat ik herkende. Wellicht is die herkenning er vooral bij mensen die al met transities bezig zijn en minder voor mensen die dat nog niet doen. Het is een manier van kijken en handelen die niet voor iedereen vanzelfsprekend is. Maar in onze huidige netwerkmaatschappij wordt die rol steeds noodzakelijker.

Wat heb je geleerd van je werk als Transitiemakelaar?

Een Transitiemakelaar is in aanvang vooral bezig met zich te verplaatsen in de andere partij: wat wil die ander en hoe passen zaken als duurzaamheid daarin? Wat kan de verbinding leggen tussen dat waar iemand verantwoordelijk voor is en duurzame dossiers? Belangrijk is wel om als transitiemakelaar vanuit een ambitie te werken die mogelijk én duurzaam is.

Door dat op die manier te doen maakt Jacqueline de connectie met de ander. Hoe kan iemand voor zichzelf betekenis geven aan duurzaamheid; hoe kan hij of zij dit vertalen naar het eigen werk. Het gaat om wat in de wetenschap heet ‘sensemaking in organisaties’ Als je in organisaties de mensen betekenis kunt laten geven vanuit hun eigen werkbeleving, dan krijg je mensen mee in MVO, duurzaamheid en transities.

Wat vraagt het begeleiden van transities van jou/van jouw persoonlijke leiderschap?

Ik werk veel in de praktijk, met communities of practice. Wat me opvalt is dat heel veel gesprekken gaan over: hoe krijg ik mijn collega’s in de organisatie mee? Daar gaat 90% van gesprekken over. Niet iedereen begrijpt dat dat begint met je te verplaatsen in de ander. Mijn rol als Transitiemakelaar is een heel specifieke. Het opleiden van mensen met deze competenties is een voortdurend proces. Want het is echt anders werken dan in een projectmanager. Die laatste heeft een opdracht met een kop en staart die systematisch volbracht wordt. Een Transitiemakelaar is op avontuur: het is een flexibel proces, waar je plots grote stappen kunt maken en een andere keer weer stilstaat of met kleine stapjes vooruit gaat.